Vouwblind 0000.0011

 

        Literatuur

- Haslinghuis, E.J. & H. Janse, Bouwkundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie. Leiden (Primavera Pers), 20014e druk/1e druk: 1953 [643 blz. ISBN 90.74310.77.X]. Hierin "Vouwblind": blz. 303 (Luik: 2e betekenis: "vouwblind aan de binnenzjde van een schuifraam. 1738 Rhenen (U.), stadhuis" - dit is de relevante tekst volledig), 412 (uit de tekening blijkt dat met het vouwblind een binnenluik bedoeld wordt), 501

- Wattjes, J.G., Constructie van gebouwen. Deel 4: Ramen, deuren, kozijnen. Amsterdam (Kosmos), 1932voorwoord2e druk. [387 blz. ISBN -]. Hierin "Vouwblinden": blz. 316-319

- Zwiers, L., Bouwkundig Woordenboek. Eerste deel: A-K. Amsterdam (Van Holkema & Warendorf), z.j. [1920]. [685 blz. ISBN -]. Hierin onder "Blind": blz. 136-137 ("Blind": "Luik tot afsluiting der raamkozijnen aan de binnenzijde. 1o. Slag- of vouwblinden (zie fig. 1), gewoonlijk uit 4 deelen (slagen) bestaande, die, twee aan twee aan scharnieren draaiend, tegen elkander worden gevouwen; links en rechts van het kozijn in 'kasten' geborgen. [...] In hun eenvoudigsten vorm bestaan de slagen elk uit een plank, die tegen het kromtrekken van Schiftklampen wordt voorzien. Gewoonlijk worden ze echter als paneelwerk gemaakt. Schuifblinden nemen minder ruimte in dan Slagblinden" - dit is de relevante tekst volledig)